Geschiedenis

Sint Bavo

De oudst bekende biografie van Sint Bavo werd door een monnik van de Sint Baafsabdij te Gent geschreven omstreeks 850, ongeveer twee eeuwen na de dood van de heilige.

Deze levensbeschrijving bevat zeker historische waarde omdat zij berust op oudere aantekeningen en oorkonden. Maar de betrouwbare kern is opgesierd met bespiegelingen en vrome legende, steeds vrij identiek voorkomend in de verhalen van talloze heiligen uit dezelfde tijd. Heilige bisschoppen en onverschrokken missionarissen, pasgestichte kloosters en kluizenaars verspreidden in de zevende en achtste eeuw Christus Evangelische Boodschap en vochten een verbeten strijd tegen het heidendom.


Zijn Leven

Allowin—zo was Bavo's doopnaam—wordt omstreeks 590 geboren uit een adellijk geslacht, in het Belgische Haspengouw, de landstreek van Sint-Truiden, Tongeren en Tienen. Hij krijgt een opvoeding die bij zijn stand past en trouwt met de dochter van de graaf Adilio. Hoewel zijn ouders worden beschreven als zeer vrome mensen volgt Allowin dit voorbeeld niet; hij leid een losbandig leven en is een wreed heerser voor zijn onderdanen.

Na de dood van zijn vrouw, en mede onder invloed van zijn dochter Aggletrudis, komt hij echter tot inkeer. Hij besluit niet te zullen hertrouwen en bezoekt de prediker Amandus.

Amandus is op dat moment, voor de kerstening van de Franken, werkzaam aan de oevers van de Schelde en de Leie, Allowin belijdt bij hem zijn zonden. Bij zijn terugkeer thuis regelt Bavo, zoals hij vanaf nu heet, zijn laatste zaken en verdeeld zijn bezittingen onder de armen. Hierna vertrekt Bavo naar Gent waar hij verzoekt te worden opgenomen in de Sint Pietersabdij. Het verzoek wordt toegestaan, Amandus dient Bavo de kruinschering toe.

Tezamen trekken Amandus en Bavo nu enige tijd rond om het evangelie te prediken.

Dan trekt Bavo zich als kluizenaar terug in de bossen, waar men een kleine cel voor hem gebouwd heeft. Hij leidt hier een zeer sober leven. Zijn populariteit heeft echter tot gevolg dat veel pelgrims hem in zijn cel komen opzoeken. Om hieraan te ontkomen neemt Bavo zijn toevlucht tot de Sint Pietersabdij, waar hij in een aparte cel zijn leven van afzondering en boete nog strenger voortzet.

1 Oktober 653 of 654 sterft hij en wordt in de abdij te Gent begraven.

Het oude Gilde

In 1952 heeft de gemeente Raamsdonk van een particuliere verzamelaar in Voorburg een collectie fraai oud gilde zilver gekocht. Dit zilver was afkomstig van een destijds in Raamsdonk bestaan hebbend Gilde Sint Bavo. In een wandvitrine in het gemeentehuis heeft men enige jaren de schilden kunnen bewonderen, totdat zij in 1978 zijn gestolen en tot op heden niet zijn terug gevonden. Een geluk bij een ongeluk is dat de opschriften van het zilver zijn opgetekend. De tekst op het oudste schild: P.J. van Os, eerste koning van Raamsdonk1743. Het schild van de derde koning (J.J. kamp) was van 1749, van de vierde koning (F. van den Berg) van 1752, en van de vijfde koning (C.J. van Steenoven) van 1755. Men kan hieruit afleiden dat er in Raamsdonk in elk geval een gilde is geweest vanaf 1743, misschien al een of twee jaar eerder. Om de drie jaar was het koningschieten. Op het schild van de zevende koning staat: 7e Koning der Gilde Sint Bavo te Raamsdonk, den 7e October 1761, P. Ansems. Ook de volgende schilden vermelden "van het Gilde Sint Bavo". Het gilde had dus Sint Bavo als beschermheilige, al voor dat in 1787 de parochie de Heilige Bavo tot patroon verkoos. De schilden vermeldden als data van het koningschieten: 9 oktober, 4 oktober en 7 oktober.

Men richtte zich hierbij dus kennelijk naar een dag kort na het jaarfeest van Sint Bavo, als ook de kermis werd gehouden.

Heroprichting in 1842

Het gilde is rond 1800 waarschijnlijk ter ziele gegaan. In 1842 vragen enkele personen goedkeuring aan voor oprichting van een "vriendschappelijke vereniging of zogenaamd Gilde van Sint Bavo". Bij koninklijk besluit van 23 oktober 1842 werden oprichting en reglement goedgekeurd. Van deze tijd dateert nog een vaandel, waarop in een medaillon een geschilderde voorstelling van de patroonheilige voorkomt. Men heeft op dit vaandel het jaartal verandert in 1742. Men schoot met geweer op de vogel, en niet met een hand- of voetboog. Welk schiettuig het oudste Sint Bavogilde gebruikte is niet bekent.

Het reglement – de caert – van het gilde van 1842 geeft de taakverdeling van het bestuur en de gedragsbepaling van de gildebroeders aan. Het bleef bewaard in het gemeentearchief van Raamsdonk. Wie lid van het gilde wilde worden moest minstens 22 jaar oud en binnen de gemeente Raamsdonk woonachtig zijn. Toelating van nieuwe leden geschiedde bij ballotage door alle gildebroeders. Elk lid kreeg daarvoor een boon en een erwten, en moest een van beide in een zak deponeren. Indien er bij telling 2/3e méér bonen dan erwt in de zak gevonden werden kon de aspirant zich als toegelaten beschouwen. Deze vorm van toelating tot het gilde wordt tot de dag van vandaag nog steeds toegepast.

De gildebroeders mochten niet met geladen geweer over straat lopen, terwijl bij het uittrekken over straat niet gezongen of geschreeuwd mocht worden. Op de Bavodag werd er vanwege het gilde een heilige mis opgedragen ter ere van de patroonheilige. Daags daarna was er een mis voor de overleden gildebroeders.

De begrafenis van een overleden lid werd door het gilde verzorgd. De erfgename waren verplicht 3,50 gulden aan het gilde te betalen, waarvoor dan alle gildebroeders op straffe van boete verplicht waren de uitvaartdienst bij te wonen, de overledene te dragen of te vergezellen, en het lichaam met gepaste honneurs ter aarde te bestellen.

In April 1843 verzocht de directie van het gilde aan het gemeente bestuur aanwijzing van een geschikte plaats voor het plaatsen van een schutsboom. Deze werd vervolgens opgericht achter de herberg van Huibert van Son op de Schans. Hier schoot men de komende jaren op de vogel. De gildekamer, vergaderplaats van het gilde, was echter in de herberg „In de Fortuin” van Bart de Jong. Toen de zaal werd opgeheven , plaatste men een nieuwe schutboom achter het café van Sjef Boons in de Bergenstraat (nu Bergenstraat no.17).

Dit gilde heeft bestaan tot omstreeks 1910. Hendrik Vissers, geboren 1877, is met zijn broer nog ongeveer vijf jaar lid geweest van het gilde; zij zijn er beiden afgegaan „omdat het niet veel was”

(volgens aantekeningen uit 1962 van archivaris J. van Mosselveld). Er waren toen nog 20 leden. Hoofdman was Koos van Disseldorp, die heel goed kon vendelzwaaien. Verder waren nog lid Hannes van Dongen, Janus van Onzenoort, Willem van Dongen en Sjef Leijten.

Heroprichting in 1987

Met het Sint Bavofeest in 1985 is de eerste aanzet gegeven om weer tot een heroprichting te komen. Het Sint Ambrosiusgilde uit Baardwijk was bereid de Eucharistieviering te komen opluisteren, en presenteerde zich ook na de heilige mis met een vendelgroet en met een schietdemonstratie. De heer J. Toorians , deken-schrijver van de kring Maasland van de Noord-Brabantse Federatie van Schuttersgilden, gaf een toelichting. Deze kennismaking maakte indruk in Raamsdonk. Na enkele oriënterende bijeenkomsten kon in december een werkgroep gevormd worden van zeven personen.

13 April 1986 besloot men tot de heroprichting. Er werden kontakten gelegd met de handboogschutterij „Tevredenheid” uit Dongenvaart en met het bestuur van de gildekring Baronie-Markizaat.

Middels enkele openbare schietoefeningen, o.a. op koninginnedag, groeide de animo. Het gemeentebestuur bleek bereid een subsidie beschikbaar te stellen voor de aanschaf van enkele bogen. Een officieel startschot werd gegeven door burgemeester J. Schouten op Bavo'86.

Het gilde was na de oprichting gehuisvest in Café-restaurant „De koppelpaarden” Daar heeft het gilde een schietwand kunnen aanbrengen zodat, onafhankelijk van de weersomstandigheden, elke zondag geoefend kan worden. Een verzoek, gericht aan bedrijven en instellingen, om een financiële bijdrage voor de aanschaf van benodigde attributen, heeft nog niet voldoende resultaat opgeleverd,maar het begin is er.

Zeer verheugd was het gilde met het aanbod van de heer R.W. Th Hulshoff uit Breda om het hoofdvaandel te maken. Een probleem wat zich toen nog voordeed: binnen het gildewezen kent men alléén mannen. Vrouwen kunnen enkel als lid worden toegelaten indien zij een specifieke eigen functie hebben, bijvoorbeeld als lid van een dansgroep in het gilde. Gelukkig wint de gedachte steeds meer veld dat deze bepaling veranderd dient te worden.

Op 1 oktober 1987 werd het heropgerichte schuttersgilde Sint Bavo geïnstalleerd tijdens en na de Heilige mis van 19:00 uur in de Sint Bavokerk.

Het gilde bestond toen uit 25 personen te weten:

Overheid: M. de Bont hoofdman, C. van de Heykant overdeken, A. de jongh dekenschrijver, P. Langenwerf deken rentmeester, en P. van Hoek deken-vaandrager;
Leden: Jhn. De Bont, A. Hermus, J. Hooymayers, H. muskens, J. v. d. Pluijm, W. Vervoort, en A.Vos;
Aspirant-leden: Jchm. De Bont en H. Hermus;
Jeugdleden: R. Hofkens, L. Hooymayers, P. Kommers, R. de Meijer, Cr. Oomen, K. Schoenmakers;
Vrouwelijke leden: J. Hofkens, L. de Kok, A. Koorevaar, J. Langewerf, J. Schoenmakers.


Bron: gedenkboek 200 jaar parochie Heilige Bavo Raamsdonk;


Wat was de zin van de heroprichting van het gilde in Raamsdonk?

Het handboogschieten en het vendelen zijn op zich zelf al sportieve vormen van ontspanning. Men kan in een gezonde wedijver aan koningschieten en gildenfeesten deelnemen. Het historische element, het behouden van tradities, en daarnaast de onderlinge vriendschap zijn ook doelstellingen van het gilde. Uit de historie blijkt dat ons dorp honderden jaren tot Holland heeft behoord. Dit gecombineerd met de vele eeuwen durende, vaak hopeloze strijd tegen het alles overspoelende water, hebben de Raamsdonker tot een wat stug persoon gemaakt. Men beschrijft het karakter van de „Maaskanter” vaak met woorden als: stuurs, wat onvriendelijk, in zichzelfgekeerd, stil, en rechtlijnig. Als positief: snel en kordaat handelend, ondernemend, zich gemakkelijk aanpassend aan nieuwe omstandigheden. De Brabander is over het algemeen vriendelijker dan de Hollander, maakt tijd voor een praatje, is gastvrij en houdt van gezelligheid. De aanwezigheid van het gilde brengt wat meer kleur in onze gemeenschap; een Brabants-Vlaams accent zal Raamsdonk best goed doen.